Transformatie van rijksmonumentale Stokvisgebouw

Het Oceaanhuis, in de volksmond ook het Stokvisgebouw genoemd, was een ‘modern zakenpaleis’ met noviteiten als autopassages, een overdekte binnenplaats en een kantine met dakterras. Door een bewogen geschiedenis zijn in het gebouw veel verschillende tijdslagen zichtbaar. Met de transformatie naar een loftwoongebouw met moderne optopping, zijn de Rijksmonumentale onderdelen – zoals de entree, de Gotische zaal, Tudor zaal en de kantine op het dak – in tact gebleven en voegt Mei, met respect voor het bestaande gebouw, een nieuwe tijdslaag toe.

 

Geschiedenis

Het Stokvisgebouw was ooit het hoofdkwartier van Europa’s grootste handelsonderneming. Het Rotterdamse Stokvis en Zonen, in 1849 opgericht door een joodse familie, handelde in alle mogelijke producten; variërend van schroeven, hefbruggen, chemicaliën tot radio’s en bromfietsen (Zündapp en Puch).

Het pand aan de Westzeedijk, ontworpen door architect J. Verheul en C.N. van Goor en gebouwd in 1909, was ooit een ‘modern zakenpaleis’, met noviteiten als autopassages door het gebouw, een overdekte binnenplaats en een kantine met dakterras. Het gebouw raakt in de oorlog zwaar beschadigd en wordt tussen 1946 en 1948 vrijwel volledig opnieuw opgebouwd onder leiding van architect H. Geistdorfer en verkrijgt daarmee de huidige, zakelijker ogende gevel. Binnen in het pand blijven nog wel vooroorlogse elementen bewaard. In 1974 heeft de firma Stokvis het pand verlaten en zijn enkele wijzigingen doorgevoerd, zoals het dichten van de doorgangen naar de binnenplaats voor vrachtwagens en het grotendeels wijzigen van het interieur. Sindsdien is het gebouw door een veelheid aan instellingen en bedrijven in gebruik, zoals de Hogeschool, Politie en de Gemeente Rotterdam en heeft het pand de naam ‘Oceaanhuis’ gekregen. In 2002 heeft het gebouw de status van Rijksmonument verkregen.

 

Transformatievisie

Het gebouw kent met de zware beschadigingen door het bombardement van de Royal Air Force in 1942; de aanpassingen in de gevels in 1948; en de verpaupering door langdurige leegstand, een bewogen geschiedenis. Hierdoor zijn in het gebouw veel verschillende tijdslagen zichtbaar. En juist die verscheidenheid vormt het DNA van het Oceaanhuis en het vertrekpunt voor een weloverwogen transformatievisie.

Voorafgaand aan het ontwerpproces is een uitgebreide cultuurhistorische verkenning uitgevoerd, die naast de onthullingen van alle grote veranderingen in de afgelopen eeuw ook de kernwaarden van het voormalige zakenpaleis blootlegde, zoals de entreehal, de lift met houten deuren, de trappenhuizen en het tongewelf. Zorgvuldig funderingsonderzoek toonde aan dat het toevoegen van een nieuw gebouwvolume op het dak technisch gezien haalbaar was.

In het ontwerp van Mei is de kwaliteit van alle tijdlagen omarmd en zijn de Rijksmonumentale onderdelen, zoals de entree aan het Heiman Dullaertplein, de Gotische zaal en Tudor zaal en de kantine op het dak, intact gebleven. De monumentale trappenhuizen worden gebruikt om de woningen te ontsluiten en ook om de nieuwe woningen op het dak te bereiken. Met de transformatie naar een loftwoongebouw met moderne optopping heeft het Oceaanhuis een nieuwe waarde voor Rotterdam gekregen en hebben we, met respect voor het bestaande gebouw, een nieuwe tijdslaag toegevoegd.

 

Daglicht

Een grote ontdekking in de cultuurhistorische verkenning was de manier waarop in het oorspronkelijke Oceaangebouw de daglichttoetreding was geregeld. Een middengangcirculatie in combinatie met daklichthoven en vides in de vier hoeken voorzag het hele gebouw op een ingenieuze manier van daglicht. In 2016 waren deze lichthoven dichtgezet, maar voor Mei vormde dit de aanleiding om deze lichthoven en binnencorridor terug te brengen in het hedendaagse woningenontwerp.

In het ontwerp van Mei zijn deze vier lichthoven, hersteld en transparant gemaakt en middels een binnengang aan elkaar gekoppeld. Door aan weerszijden woningen te maken ontstaan er twee ringen aan woningen: een binnenring en een buitenring. De woningen aan de binnenring liggen direct aan de binnentuin, het voormalige atrium. Het atrium werd oorspronkelijk gebruikt voor het laden en lossen van vrachtwagens voor de fabriek, en wordt omgevormd tot een unieke binnentuin, toegankelijk voor de bewoners. De woningen in de buitenring hebben prachtige monumentale hoge plafonds, tot wel 5 meter hoogte, met afgeronde plafondaansluiting en monumentale raamindelingen.

 

Gevarieerd woonprogramma

Coolhaveneiland heeft zich in de afgelopen decennia ontwikkeld tot een eenzijdig opgebouwde wijk met vrijwel alleen sociale huurwoningen. Door het aanbieden van een afwijkend en nieuw woonproduct in de vorm van huurwoningen in het midden en hogere segment draagt Oceaanhuis bij aan een verbeterde diversiteit in de wijk, zonder dat er sprake is van gentrificatie. Doordat het Oceaanhuis reeds beschikte over een grote kelder, kon de parkeerlast ten gevolge van de toename van het aantal woningen volledig binnen het gebouw opgelost.

De typologie van de woningen volgt de lijnen van het monument. Dit leidde als vanzelf tot een aantrekkelijke differentiatie van ca. 200 woningen, variërend van 50 tot 250 m2, en van gezinsappartementen tot studio’s, lofts, hoekappartementen, woon-werkappartementen en penthouses. De doelgroep is jongwerkende starters voor kleinere woningen, doorstromers en jonge stellen al of niet met jonge kinderen.

 

Nieuwe tijdlaag

De laag die de huidige tijd vertegenwoordigt, bevindt zich op de top van het gebouw. De optopping ligt Iets terug ten opzichte van de gevel, waardoor deze in alle bescheidenheid is onttrokken aan het straatbeeld. De penthouses voegen zich subtiel tussen de bestaande historische elementen, zoals de lichthoven, de koepel van het atrium en vormen een meanderend en sympathiek daklandschap van hofjes. Alle penthouses zijn voorzien van een dakterras over de volledige breedte.

De buitengevels van de dakopbouw zijn uitgevoerd in een goudgele, gevouwen aluminium gevelbekleding. Deze materialisering en verfijning in detaillering verwijzen naar het plaatbewerkingsbedrijf Stokvis en sluiten heel goed aan bij de warme, donkere bakstenen en de sluitsteen van beton. Het goudgele aluminium zetwerk komt op diverse plaatsen terug in het interieur van de gemeenschappelijke ruimten, zoals bij de omlijsting van de liften.

Het binnengebied van de dakopbouw is afgewerkt met houten gevelbekleding die aansluit bij de warme uitstraling van het bestaande metselwerk. Tussen de penthouses zijn hofjes gecreëerd rondom de lichtkappen. Bewoners kunnen deze hofjes zelf vergroenen waardoor het dek verbonden wordt met het (straks) groene atrium en tuin op het zijterrein.

 

Community building

De ontwerpen van Mei kenmerken zich door duurzame en toekomstbestendige oplossingen die het ontstaan van communities stimuleren. De concepten baseren zich op thema’s als inclusie, diversiteit, dichtheid, duurzaamheid, flexibiliteit, gezondheid en welzijn. WEST507, zoals het Oceaanhuis sinds oplevering heet, is een loftgebouw met ca. 200 woningen, dat zich onderscheid op het gebied van architectuur en identiteit en daarmee de betrokkenheid van de bewoners en gebruikers vergroot.

In het ontwerp van WEST507 zijn de monumentale ruimten benut voor gemeenschappelijke functies, die de community van WEST507 dienen. De klassieke Tudorzaal en Gotische zaal, voorheen de directiekamers van de firma Stokvis, worden onder meer gebruikt voor vergaderingen, overleggen, flex-werkplekken voor bewoners etc. De Julianazaal, een ruim en rijk gedetailleerde zaal boven de hoofd entree en voorheen de toonzaal van de innovaties van firma Stokvis, is gerenoveerd en wordt gebruikt als gemeenschappelijke ruimte voor onder meer een bibliotheek en ruimte voor conferenties/lezingen.